![]() |
||
|
||
|
Toen ik jong was mocht ik van mijn vader nog niet meteen beginnen met wielrennen. Eerst moest ik andere sporten gaan doen. Dus koos ik het fietscrossen want fietsen was datgene wat ik wilde. Dan maar een stoere BMX dacht ik destijds. Het fietscrossen ging mij vrij goed af gezien de dozen vol met bekers die op zolder staan. Naast het fietscrossen was ik ook actief met voetballen en tennissen. Voetballen deed ik bij de Wijchense club AWC, hier werden we zelfs kampioen met AWC C1. De tenniscompetitie moest ik echter wel aan me voorbij laten gaan aangezien dat niet te combineren was met het fietscrossen en voetballen. Op mijn 14de mocht ik eindelijk beginnen met wielrennen en wel bij de laatste jeugdcategorie. Ik werd lid bij de Nijmeegse wielervereniging t’Groenewoud, waar ik natuurlijk nog steeds lid van ben. In het begin kon ik niet echt mee met mijn leeftijdgenootjes. Ik was te dik en voetbalde nog steeds. Daarnaast was ik gewoonweg een laatbloeier. Mijn vader vertelde me altijd dat ik het rustig aan moest doen en dat plezier maken het belangrijkste was. Door elk jaar een trainingsdag toe te voegen en de trainingstijd op te schroeven boekte ik ieder jaar een beetje meer progressie. Door deze stijgende lijn in prestatie raakte ik steeds meer gemotiveerd om nog verder te gaan en nog beter te willen fietsen.
Ondertussen ging het wielrennen een steeds grotere rol in mijn leven
spelen. Maar ik wilde me nog niet helemaal op het fietsen storten. Ik
wilde toch nog doorleren en mijn voorkeur ging uit naar iets met een toegevoegde
waarde op mijn vorige opleidingen. Dus koos ik voor een particuliere opleiding
die
In het jaar 2000 kon ik mijn eerste prof contract teken bij Tonnisteiner-Landbouwkrediet,
waarna ik over ging voor 2 jaar naar AXA procycling. Daarna ging ik naar
de Belgisch/Australische ploeg
|
|